
Luchtfoto’s moeder inspireren Antoinette Nausikaä tot nieuwe expositie
Algemeen 218 keer gelezenMiddelburg - Als gastkunstenaar bij de bibliotheek in Middelburg onderzocht de in Vlissingen geboren beeldend kunstenaar Antoinette Nausikaä het omvangrijke luchtfotoarchief van haar moeder, fotograaf Jacqueline Midavaine. Naar aanleiding daarvan heeft ze nieuw werk gecreëerd. Van 7 september tot en met 28 november exposeert ze textiel, foto’s en keramiek in het Zeelandpaviljoen op de eerste verdieping van de bibliotheek in Middelburg.
Past Tense, New Matter is de eerste presentatie van Antoinette Nausikaäs onderzoek binnen het langlopende project My Mother’s Archive.
Waterlopen en stroompatronen
Nausikaä bestudeerde negatieven en bezocht de Zeeuwse plekken die haar moeder vanuit de lucht in beeld bracht. Daar verzamelde ze kleiaarde. Ze onderzocht wat er in de tussenliggende tijd is veranderd en verdwenen, maar ook wat er is gebleven. Zo volgde ze zowel een fotografisch archief als een beweging door tijd en landschap. ‘De fotografische en cartografische structuren heeft ze geïsoleerd en vertaald naar fotografie, textiel en keramiek’, staat in een persbericht van de bibliotheek. ‘Hierbij richtte zij zich op oude waterlopen en stroompatronen die zich als lijnen door het landschap aftekenen.’ De sculpturen in de tentoonstelling zijn gemaakt van Zeeuwse klei. ‘Het archief wordt op deze manier tastbaar.’
Over Antoinette Nausikaä
Antoinette Nausikaä is in 1973 geboren in Vlissingen en groeide op in een familie van luchtfotografen. ‘Van jongs af aan maakt het perspectief van bovenaf deel uit van haar wereldbeeld.’
Nausikaä studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en was resident aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. ‘Haar multimediale projecten vormen een voortdurend onderzoek naar de verhouding tussen mens en natuur.’
In 2025 presenteerde ze de publicatie ‘Luchtfotografie Collectie Jacqueline Midavaine. De jaren 1960-1970 uitgelicht’. In 2027 verschijnt een publicatie over My Mother’s Archive. Deze nieuwe publicatie wordt ondersteund door Cultuurfonds Zeeland, NOT Fonds, Frits Lensvelt Stichting en Familiefonds Hurgronje.




















