
Veers erfgoed inspireert én stelt voor uitdagingen
Algemeen 118 keer gelezenVeere – Van een voormalig mijnenmagazijn tot de eeuwenoude handelsgeschiedenis van Veere en een historische buitenplaats in Oostkapelle. De gemeente Veere liet donderdag tijdens de Erfgoed Inspiratietour zien hoeveel bijzondere plekken de gemeente rijk is. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het behouden van al dat erfgoed de nodige uitdagingen met zich meebrengt.
Door Doortje Klinkenbergh
De gemeente Veere was vorige week gastgemeente voor de derde provinciale Erfgoed Inspiratietour. Onder anderen gedeputeerde Van der Maas, wethouders, beleidsmedewerkers, Erfgoed Zeeland en vertegenwoordigers van het ministerie namen deel aan de middag. Het doel was niet alleen om bijzondere plekken te bekijken, maar vooral om kennis en ervaringen uit te wisselen.
“We zijn trots op ons erfgoed.”
“Het was een fantastische middag,” vertelt wethouder René de Visser, portefeuillehouder cultureel erfgoed. “We zijn trots op ons erfgoed, maar dit soort bijeenkomsten laten ook zien voor welke uitdagingen we staan om het allemaal in stand te houden.”
Niet óf, maar hóé
De tour begon bij het Mijnenmagazijn aan de overkant van het Kanaal door Walcheren bij Veere. Het monument werd in 1916 gebouwd door de marine en diende als opslagplaats voor grote zeemijnen. Het gebouw staat al langere tijd leeg en is inmiddels eigendom van de gemeente. De gemeente Veere werkt aan de toekomst van het complex. Het casco wordt opgeknapt en daarna wordt gezocht naar een passende bestemming. Marktpartijen krijgen de mogelijkheid om met plannen te komen. “Het is niet zo moeilijk om te zeggen: wij koesteren ons erfgoed,” zegt De Visser. “Maar hoe je het in de praktijk doet, is echt heel ingewikkeld. Toch is het geen vraag óf je het gaat doen, maar gewoon hóé.”
Het Mijnenmagazijn laat volgens hem goed zien hoe ingewikkeld die opgave kan zijn. Het is een groot monument dat onderhoud nodig heeft, terwijl tegelijkertijd moet worden gekeken naar een nieuwe functie.
Schotse handel
Vanaf het Mijnenmagazijn liep de groep via de sluizen naar het historische Veere. Daar werd onder meer stilgestaan bij het oude stadhuis en de beelden aan de gevel. In Museum Veere in de Schotse Huizen vertelde directeur Wim Meijer over de eeuwenoude handelsrelatie tussen Veere en Schotland.
Die geschiedenis is volgens De Visser bij veel mensen minder bekend. “Vanuit het stadje Veere werd er handel gedreven met Schotten. Vandaar ook die Schotse Huizen. Dat stukje geschiedenis wordt nu weer voor het voetlicht gebracht.”
De laatste stop was buitenplaats Overduin bij Oostkapelle. Daar kregen de deelnemers uitleg over het behoud van historische buitenplaatsen en de uitdagingen die daarbij komen kijken.
De wethouder noemt het moment voor het oude stadhuis een van de hoogtepunten van de middag. “We stonden daar met de hele groep naar die beelden te kijken. Dan hoor je in het museum ook nog een stukje verhaal. Dan denk je: jongens, wat een geschiedenis.”
Behouden voor de toekomst
Ook verduurzaming kwam tijdens de tour aan bod. Monumenten moeten worden beschermd, maar tegelijkertijd moeten ze geschikt blijven voor de toekomst. “Je wilt zo’n monument behouden en je mag er niet te veel aan veranderen. En toch moet het ook verduurzaamd worden,” zegt De Visser. “Een warmtepomp is bijvoorbeeld niet bepaald een mooi ding. Waar zet je die neer bij een monument?”
Om erfgoed te behouden voor de toekomst, zul je echt als overheden en particulieren de handen ineen moeten slaan.
Ook de zorgen rond de Kapel van Hoogelande kwamen ter sprake. De historische kapel heeft te maken met verzakkingen. De gemeente wil met de eigenaar in gesprek om te bekijken hoe groot het probleem is. Volgens De Visser zijn samenwerking en kennisuitwisseling daarbij belangrijk. “Om dat erfgoed te behouden voor de toekomst, zul je echt als overheden en particulieren de handen ineen moeten slaan.”
Want erfgoed gaat volgens hem over meer dan gebouwen alleen. „Het hoort bij de kerken, de molens en de torens. Het hoort bij het DNA, de identiteit van onze gemeente. Het is een stukje geschiedenis.”
De provincie en Zeeuwse gemeenten blijven daarom ervaringen met elkaar delen, bijvoorbeeld tijdens erfgoedlunches en bijeenkomsten. “Vooral ook om elkaar te helpen,” aldus De Visser.




















