
Kattendoorn en stalkruid kleuren de duinen
Algemeen 218 keer gelezenWalcheren - Wie deze maand door de duinen struint, kan twee opvallende vlinderbloemigen tegenkomen: kattendoorn en kruipend stalkruid. Beide soorten zijn geliefd bij hommels, bijen en zweefvliegen en vormen samen een herkenbare tweeling binnen de duinflora. Kruipend stalkruid blijft laag bij de grond, voelt kleverig aan en is sterk klierachtig behaard. Kattendoorn groeit juist meer opgaand en heeft verhoutende stengels met stevige doorns.
De planten hebben elk hun eigen manier om vraat te voorkomen: kattendoorn met stekels, stalkruid met kleverigheid en een uitgesproken “bokkengeur”. Beide soorten gedijen op matig voedselrijke, vochthoudende en kalkrijke duingrond. Kruipend stalkruid wortelt op de knopen van zijn liggende stengels en kan zo grote matten vormen, bestand tegen lichte overstuiving.
Kattendoorn is landelijk gezien de meest algemene soort, vooral op dijken. Door begrazing blijven de stekelige planten vaak staan, waardoor andere soorten profiteren van de beschutting en kleine onbegraasde eilandjes ontstaan. Toch gaat kattendoorn landelijk sterk achteruit; de soort staat inmiddels op de Rode Lijst als “gevoelig”.




















